Wie wacht op vlinders, kan lang wachten

Vorige week, midden op een doordeweekse avond, kreeg ik een paniekerige app van een vriendin. "Ik heb al weken geen zin in seks. Nooit eens die drang die zomaar opkomt, zoals in films. Is er iets mis met mij?"

Ik moest lachen. Niet omdat het niet serieus was, maar omdat ik die vraag al zo vaak gehoord heb dat ik hem in mijn slaap kan opzeggen.

We groeien op met één beeld van verlangen: het overvalt je. Zomaar, uit het niets, op het perfecte moment, liefst met de juiste muziek eronder. Werkt het bij jou niet zo, dan is de conclusie snel getrokken: er is iets kapot. Aan jou, aan je relatie, aan de aantrekkingskracht.

Maar misschien is er niks kapot. Misschien werkt jouw verlangen gewoon anders dan de film je wijsmaakte.

In 2000 beschreef de Canadese arts Rosemary Basson een model dat dat filmbeeld flink door elkaar schudde. Naast spontaan verlangen, dat opkomt zonder directe aanleiding, zette ze responsief verlangen: zin die pas ontstaat als er al iets gebeurt. Een aanraking, nabijheid, sfeer, intimiteit die al begonnen is. Zeker bij vrouwen in langere relaties is dat geen uitzondering, maar voor velen de gewone gang van zaken. En nee, het is geen vrouwending. Ook mannen kennen het. Ze horen het alleen nog minder vaak dat het mag.

Wat betekent dat concreet? Dat je niet "in de stemming" hoeft te zijn vóór je begint. Dat het perfect normaal is als de zin pas komt bij de eerste aanrakingen, en niet ervoor. En dat wie blijft wachten op die spontane vonk, soms héél lang wacht. Lang genoeg om te denken dat het vuur uit is, terwijl er gewoon niemand een lucifer heeft aangestoken.

Alleen: net die aanrakingen laten we vaak niet meer toe. Uit angst dat elke knuffel een uitnodiging is. Je kent het scenario. Je partner legt een hand op je heup, jij denkt "daar gaan we, die wil seks", jij wil geen seks, dus je draait je weg. Resultaat: minder aanraking, dus minder kansen voor je lichaam om te reageren, dus nog minder zin. Een vicieuze cirkel, en een hele jammere.

Want stel dat die knuffel gewoon een knuffel mag zijn. Zonder agenda. Dan kan hij fijn voelen. Misschien leidt dat tot zoenen. Misschien tot meer. Misschien blijft het bij tongen op de bank, en is dat ook prima. Je lichaam beslist waar het stopt, niet het scenario in je hoofd.

Eén ding wil ik er wel heel duidelijk bij zeggen: responsief verlangen betekent niet dat je jezelf moet overhalen of erdoor moet bijten. Openstaan om te kijken wat er komt is iets anders dan doorgaan terwijl je lichaam nee zegt. En "zonder druk" werkt alleen als het voor allebei echt zonder druk is. Ook als het bij die knuffel blijft.

Een paar dagen later appte mijn vriendin terug. Ze had het geprobeerd: niet wachten op die drang, gewoon beginnen met aanraking zonder druk en kijken wat er kwam. En er kwam iets. Niet omdat haar libido plots veranderd was, maar omdat ze eindelijk stopte met wachten op een startschot dat bij haar nooit zou vallen.

Dus, eerlijk: wanneer heb jij voor het laatst een aanraking toegelaten zonder al te weten waar ze naartoe moest?

Previous
Previous

Kom op, kom op, kom op: waarom je orgasme niet luistert naar bevelen