Zelfbevrediging is geen troostprijs

"Ja, maar dat is toch net iets minder dan écht?"

Een vriendin zei het over masturbatie. Op fluistertoon, achter de hand. Wat, gezien het onderwerp, best grappig was. Alsof ze iets opbiechtte. Alsof zelfbevrediging de goedkope kopie is van het echte werk, iets voor als er nu eenmaal niemand anders in de buurt is.

Dat woordje "echt" zegt alles.

We zijn opgegroeid met een vaste rangorde. Seks met een partner is de hoofdact. Masturbatie is wat je doet als je geen partner hebt, als je partner geen zin heeft, of als je even geen zin hebt in je partner. Een noodoplossing. Iets waar je niet over praat, en zeker niet met trots.

Die rangorde klopt niet.

Masturbatie is voor de meeste mensen net de plek waar ze leren wat hen echt opwindt. Welk tempo. Hoeveel druk. Welke plek. Welke fantasie. En vooral: hoe het voelt als het goed zit en hoe het voelt als het bijna zover is. Dat leer je niet van een partner die zelf ook maar aan het gokken is. Dat leer je van jezelf.

Seksuologen weten dat al lang. Bij vrouwen die moeilijk of nooit klaarkomen, is begeleide zelfontdekking al sinds de jaren zeventig een van de best onderbouwde behandelingen. Niet omdat masturbatie de partner vervangt, maar omdat je pas iets kunt vragen als je weet wat je wil.

En daar zit de kern. Wie haar eigen lichaam kent, hoeft in bed niet te gissen. Die kan zeggen "iets trager" of "net daar", in plaats van te hopen dat hij het toevallig vindt. Zonder die kennis blijft communiceren over seks tasten in het donker. Letterlijk en figuurlijk.

Dus nee, het is geen troostprijs voor eenzame avonden. Het is huiswerk. Het enige huiswerk dat je ooit zult krijgen waar je met plezier extra uren in steekt, en dat zich terugbetaalt in elke keer dat je wél met iemand in bed ligt.

De vraag is dus niet of je het mag doen. De vraag is: als jij zelf niet weet wat je fijn vindt, hoe verwacht je dan dat iemand anders het weet?

Next
Next

De vragen die niemand durft te stellen